VAN MENS TOT MENS

Veel mensen vragen me hoe het met mijn

moeder gaat nadat ik in februari over haar

situatie heb geschreven.

Veel mensen bidden voor haar en steken een kaarsje op.

Dank!

Sinds half februari heeft mijn moeder 24-uurs zorg in haar eigen huisje in het dorp waar ze haar hele leven heeft gewoond. Een team van vier verpleegkundigen verzorgt haar. De één is er 24 uur, de ander 48 uur en weer een ander blijft drie dagen. Moeder heeft goede zorg van lieve mensen die het haar vooral zo aangenaam mogelijk willen maken. De huisarts komt regelmatig en natuurlijk komen ook wij, haar kinderen en kleinkinderen, haar regelmatig bezoeken. Ruim anderhalve week geleden heeft ma het sacrament der zieken ontvangen. Ze was er aan toe en heeft dat ervaren als een geruststelling. Ze heeft ons allemaal gezegd wat ze van ons verwacht: dat wij het geloof blijven voor(t)leven en dat we de waarden en normen van haar en haar ouders met ons meenemen.

Al een paar keer hebben we gedacht: Nu blaast ze echt haar laatste adem uit. Moeder heeft een sterke wil en wil graag bij ons blijven en vindt het moeilijk om los te laten. Elke keer krabbelt ze er weer bovenop en we staan versteld van haar kracht. Lichamelijk gaat het eigenlijk de laatste tijd beter dan de maanden ervoor. Geestelijk begint ze nu steeds meer in de war te raken. Regelmatig belt ze en vraagt: Wanneer breng jij mij naar huis?

Of: Waar zijn jullie allemaal, ik ben jullie allemaal kwijt.

Veelal is ze helder en hebben we fijne gesprekken over vroeger, over nu. Ze leeft volop mee met alles wat wij doen, maar vraagt zich wel regelmatig af waarom wij niet gewoon bij haar zijn. Wij zijn toch haar kinderen! Haar werelden van vroeger en nu lopen door elkaar. Het is voor ons een kunst om goed te luisteren en in te haken op waar zij is. Soms lukt dat. Soms niet. En dan ineens zegt ze: Ik geloof dat ik in de war ben; ik weet het wel en dat vind ik vervelend.

Ja, inderdaad, ma. Tot nu toe heeft ze amper nog een dag in bed doorgebracht. Elke dag zit ze in haar stoel in haar vertrouwde kamer. En toch kan ze om zich heen kijken met een blik: Waar ben ik nu?

Toen ik haar vertelde over het theater van de groep Jongeren en Rouw en hoe dat was verlopen, zei ze: het is heel goed dat jullie dit doen; het is niet eenvoudig om met rouw om te gaan. En toen vertelde ze over het verlies van kinderen in haar ouderlijk huis en dat daar nooit meer over gesproken werd en dat het toch niet anders kan dan dat ook haar ouders daar verdriet van moeten hebben gehad. Ik hoor nieuwe verhalen van mijn moeder. Ik ben verbaasd en ontroerd. Wat gaat er veel in haar om. Ze weet zeker dat mijn vader in de hemel is en ze denkt wel dat ook zij heel dicht bij de hemelpoort zal komen.

Op weg naar Pasen mogen we nadenken over ons leven, over wat werkelijk van waarde is. We mogen tot ons door laten dringen dat Jezus van Nazareth ons is voorgegaan als mens in het aardse bestaan. Hij beleefde vreugde en verdriet, pijn en lijden en Hij stierf de aardse dood. Hij bleef niet in het graf, maar mocht opstaan en verder leven. Mysterie. Hoopvol mysterie, waar ik volledig op vertrouw. God houdt van ons allemaal en God laat niets en niemand verloren lopen. Wij mogen in dit aardse bestaan met elkaar meelopen, met de mens die lijdt, met de mens die vreugde heeft, met elkaar en zo maken we Gods liefde zichtbaar hier op aarde. Als mijn moeder zelf zover is ben ik ervan overtuigd dat God haar binnenlaat in dat huis waar ruimte is voor velen en dat ze daar herenigd mag worden met mijn vader en die talloos vele familieleden die haar in de dood zijn voorgegaan. Zalig Pasen!

Shalom, Marita

--------------------------------------

 

Van mens tot mens

Het bisdom is beleid aan het ontwikkelen, in de parochies zijn we aan het nadenken over onze toekomst, we gaan op weg naar één parochie in de Noordoostpolder, de kerken lopen leeg, katholieken laten zich uitschrijven, er zijn nieuwe ideeën…. Kortom, er is van alles gaande en hoe kunnen we daarin nog onze weg vinden en rustig blijven.

De afgelopen weken is er veel gesproken over hoe het verder zal gaan met de katholieke kerk in het bisdom en ook in onze polder. Onze bisschop is 17 februari met een aantal stafleden in Emmeloord geweest en heeft daar de plannen van het bisdom toegelicht aan de besturen en pastores van onze vier parochies. Als we de cijfers bekijken ziet het er somber uit voor de toekomst. Minder kerkbezoek, minder kerkbijdrage, minder mogelijkheden om kerken open te houden of te onderhouden.

Dit zijn prognoses die door een landelijk buro zijn onderzocht en waar we natuurlijk niet omheen kunnen. Er is wel een maar. De cijfers tonen een weg die we zullen gaan als we ons beleid niet veranderen en doorgaan zoals we de laatste jaren hebben gedaan. Met andere woorden: ik hoor daarin een oproep om eens goed na te denken over hoe wij als parochie bezig zijn.

Daarom heb ik ruim een maand geleden in verschillende groepen aangekaart dat we misschien toe moeten naar minder vieringen per weekend. Twee in plaats van drie. Wat is daarvan de winst? Als wel iedereen die nu naar de kerk gaat blijft gaan, dan zijn de twee vieringen wat beter bezet dan de drie nu. Er zijn al suggesties om de ouderen elk weekend te komen ophalen om naar de kerk te gaan. Ze hoeven er niet om te vragen, er komt een rooster en ze weten wie hen haalt en ze hoeven alleen maar af te bellen als ze niet kunnen of willen.

Misschien ook een idee om dit voor de jongere generatie in te voeren???

Er zijn ideeën om in die twee dorpen waar in het weekend geen viering is op de maandagmorgen een viering te houden. Collega te Velde en ik zijn graag bereid om deze vieringen te verzorgen. We willen namelijk niet de trouwe kerkgang(st)ers ‘straffen’ door naar minder vieringen te gaan. Zeker niet.

Twee vieringen per weekend betekent nogal wat:

- de koren hoeven minder vaak zingen

- de parochianen voorgang(st)ers komen veel minder aan bod

- ook ik zal minder hoeven voorgaan

- we houden de twee vieringen op de zondagmorgen, dus geen zaterdagavondviering meer.

- het betekent ook afscheid nemen van een tijd waarin het vanzelfsprekend was dat katholieken elk weekend naar de kerk gingen.

Het betekent ook:

- meer ruimte voor koren om nieuwe liederen in te studeren of eens een concert ge houden op een zaterdagavond bijvoorbeeld. Een zangviering bijvoorbeeld. Misschien ruimte voor een Gregoriaans mannenkoor?

- meer ruimte voor de parochianen voorgang(st)ers (die dat leuk vinden) om eens voor te gaan in andersoortige vieringen waarbij ze meer ruimte en vrijheid hebben om hun eigen creativiteit in te zetten.

- meer ruimte voor anderen, u, jij misschien, om af en toe op zaterdagavond uw, jouw eigen invulling te geven aan een samenzijn die jij inspirerend vindt voor jouw geloven. Je hoeft niet zo nodig elk weekend maar misschien wil je wel in de kerk samenkomen rond een bepaald thema, om te zingen, om te mediteren, om mantra’s te zingen, om Taizé liederen te zingen, om het evangelie met elkaar te bespreken, om bij ikonen te bidden, om….

Ik denk dat het goed is dat we op weg gaan naar één parochiebestuur voor de Noordoostpolder. Ik denk dat het goed is om de lokale gemeenschappen te stimuleren levend en levendig te blijven. Onze bisschop zal geen kerken sluiten. Als dat gebeurt, gebeurt het omdat wij het er met elkaar over eens zijn. Wij, ondergetekende en bestuur, streven naar een dak boven ons hoofd in elk dorp. Dat hoeft misschien niet persé een kerkgebouw te zijn.

We hebben elkaar nodig als altijd om te ontdekken welke nieuwe uitdagingen er zijn in deze tijd en in de toekomst. Ik doe graag een beroep op de jongere generatie om mee te denken en mee te praten. Jullie en jullie kinderen zullen de weg voor de toekomst mede moeten uitstippelen. Uiteraard horen we ook graag wat de ouderen onder ons verwachten van de parochie. Iedereen telt mee en alle ideeën zijn van harte welkom.

Dit alles met slechts één doel: Hoe kunnen we onze relatie met God voeden, onderhouden, verstevigen en leven als kinderen van die ene God, zodanig dat mensen om ons heen aan ons zien, zoals bij de eerste christenen: kijk eens hoe eensgezind ze zijn en hoe ze elkaar en anderen nabij zijn.

Ik ga ervoor. Ik hoop u, jij ook.

Shalom,  Marita

 

_______________________________________ 

 

Van mens tot mens

Sinds 10 december ben ik meer dan gemiddeld

in het ziekenhuis omdat mijn moeder was opgenomen. En sinds 3 januari ben ik heel regelmatig bij mijn moeder thuis en maak ik nogal wat zorg mee van dames van de thuiszorg en de begeleiding van de huisarts.
Meeleven met het dagritme van mijn oude moeder (ze is 89 jaar) is onthaasten voor mij. Ik ontdek dat het leven in deze situatie terug gebracht wordt tot enkele kernwaarden. Eten, drinken, slapen, mensen om je heen die je op de hoogte blijven houden van het reilen en zeilen in het dorp, familiebezoek met wie je herinneringen ophaalt aan het verleden, buren die een belangstellend bezoekje brengen, een hulp die veel meer doet dan waarvoor ze wordt betaald en tussendoor ook regelmatig binnenloopt om te zien hoe het gaat, thuiszorgdames die alle tijd hebben en meedenken met alles en nog wat om het voor moeder zo aangenaam mogelijk te maken, een huisarts die zelfs op haar vrije zaterdag langs komt.
Dit is het leven van heel veel ouderen en ook jongeren, die chronisch ziek zijn, gehandicapt zijn of om een andere reden zorg nodig hebben. Dezer dagen worden we opgeschrikt door het nieuws van Brandon, een 18-jarige gehandicapte jongeman die elke dag vastgebonden zit aan de muur omdat hij gevaarlijk zou zijn. En meteen komen ook weer de beelden van Jolanda Venema, nu ruim 20 jaar geleden, die naakt vastgebonden zat omdat ze gevaarlijk zou zijn. Schokkende beelden, politieke debatten, dit mag niet gebeuren in Nederland en wat gaat de minister er aan doen? Het zou na Jolanda toch allemaal veranderd zijn?
Wat een tegenstellingen. De liefdevolle zorg die iedereen biedt die bij mijn moeder komt en de beelden van Brandon. En toch weet ik zeker dat de verzorgers en verzorgsters van Brandon met pijn in hun hart doen wat ze doen. Wie zoekt naar betere oplossingen? Weet jij een antwoord?
Dienstbaarheid en naastenliefde zijn kernwaarden van het christendom. In de dagelijkse praktijk komt het er op aan hoe we daar vorm aan geven. Mooie woorden en goede bedoelingen alleen zijn niet voldoende. Het komt aan op het concrete handelen van mens tot mens. Gaf Jezus niet zelfs zijn leven voor ons?
Ik maak mee hoe liefdevol de verzorging is, hoe persoonlijk, inlevend en menselijk. Dat gun je iedereen. Je moeder, je vader, je kind, je partner en ook jezelf... Zo durf je je moeder wel toe te vertrouwen aan de zorg van anderen. Hier ervaar ik hoe mensen hun werk als een roeping beleven en plezier beleven aan hun dagelijkse bezigheden. Niks met tegenzin naar je werk. Kennelijk hebben velen die ik ontmoet het werk gekozen dat bij hen past. En dat zie je aan ze.
Ik zie een moeder die in staat is om hulp te aanvaarden en zich over te geven aan wat er moet gebeuren. Dat betekent loslaten. Alles loslaten wat je altijd zelf kon. Aanvaarden dat je leven beperkter wordt en daar niet over klagen. ‘Niet klagen maar dragen’ en het voor de omgeving niet moeilijk maken. Geloof en vertrouwen zijn dragende krachten. ‘Onze Lieve Heer weet wel wat goed voor mij is.’
Ik ben er, ik luister, ik bewonder, ik observeer en ik ben dankbaar. Dankbaar voor deze moeder die nog vele wijze lessen te vertellen heeft en door haar leven uitstraalt. Dankbaar voor alle goede zorg. Dankbaar dat het bestuur en mijn collega’s mij de ruimte geven om zoveel mogelijk bij mijn moeder te zijn. Ik hoop dat ik u, parochianen, niet al te veel te kort doe in deze tijd. Ik probeer er te zijn, ook voor jullie, omdat dat mijn roeping is. Met de hulp van God moet het dan ook lukken. Daar vertrouw ik op.
Shalom, Marita

 

 

 

-------------------

VAN MENS TOT MENS

                                  

                                      Op de drempel van 2010 naar 2011

                                      staan we stil bij alles wat we achter laten

                                      en blikken we vooruit naar wat er komen

                                      gaat.

 

Afhankelijk van je persoonlijke situatie ben je verwachtingsvol, hoopvol, of juist bang voor de toekomst. Misschien is je gezondheid niet goed en weet je nog niet wat je te wachten staat. Misschien ben je al lang werkloos en durf je amper nog hopen op een baan. Misschien ga je nu echt dat doen wat je al zo lang van plan was. Misschien ga je trouwen komend jaar, ben je in verwachting en mag je een gezond kindje (of zelfs twee gezonde kinderen) baren. Misschien ga je ‘gewoon’ door met je leven en geniet je van het alledaagse. Misschien ben je oud en merk je de beperkingen van de ouderdom en toch geniet je van het leven. Misschien pak je zelfs op hoge leeftijd nog nieuwe dingen op. Misschien moet je alleen verder en moet je nog ontdekken dat het leven zelfs dan de moeite waard kan zijn.

Ook kerkelijk kunnen we hoopvol gestemd zijn of juist angstig voor wat er komen gaat. De cijfers liegen er niet om. Het beleidsplan van ons bisdom drukt ons met de neus op de feiten. Ik citeer:

‘De prognose geeft voor 2020 als uitkomst een beeld van voortgaande ontkerkelijking in het bisdom Groningen-Leeuwarden. In de eerste plaats zal het aantal katholieken afnemen met 20% tot circa 89.000. Het aantal kerkgangers zal naar verwachting sterker dalen, van 9.900  nu naar 5.400 in 2020 (een afname van ruim 40%). Dit betekent ook dat er rekening mee gehouden dient te worden dat in 35 van de 81 huidige parochies de kerkgang tot onder de 50 bezoekers zal dalen. Ook het aantal doopsels, eerste communies, vormsels en kerkelijke huwelijken geeft een soortgelijke daling te zien, met 40 tot 50%. Alleen het aantal kerkelijke uitvaarten daalt wat minder sterk.

Tot slot is gekeken naar het aantal vrijwilligers in de parochies. Dit zullen er naar verwachting in 2020 7.800 zijn, tegen 11.400 nu (een afname van 30%). Zie voor het hele beleidsplan de site van ons bisdom www.bisdomgroningenleeuwarden.nl.

Ook wij merken dat er teruggang is in kerkbezoek en daar wordt dan ook regelmatig over gesproken.

Echter, door de week gebeurt er ook zo verschrikkelijk veel in onze parochie(s). Er zijn talloze activiteiten, gespreksgroepen, bezinningsgroepen, lotgenotengroepen, er is catechese en bezoekwerk wordt verricht. Zijn we op weg naar een andere manier van kerk zijn, waarbij de vieringen minder centraal staan dan vroeger? De wekelijkse kerkgang zit niet meer in de genen van velen. Zou het ons lukken om de voeding voor ons geloven op een andere manier te halen bij elkaar en met elkaar? Hoe kunnen we elkaar daarin nabij zijn en elkaar ontmoeten?

Ook in de Noordoostpolder zullen we het komend jaar samen kijken naar de toekomst. Hoe kunnen we datgene wat van waarde is behouden voor de toekomst?

We hebben elkaar daarbij nodig. Laten we elkaar vertellen wat van waarde is in onze parochies zodat we van daaruit komen tot blijvende levende en levendige geloofsgemeenschappen in de NOP.

Ik wens ons allemaal van harte een goed, gezond, gelukkig, inspirerend 2011.

 

Shalom, Marita

 

 

VAN MENS TOT MENS

 

                                   Waartoe ben je geroepen in dit leven?

                                   Wat is jouw bestemming?

                                   Hoe heeft God jou bedoeld en lukt het om

                                   te ontdekken wie je bent?

 

Vragen die in de adventstijd misschien met ons mee kunnen gaan. Op weg naar Kerstmis. Bezinning tijdens een verwachtingsvolle tijd. Met Kerstmis vieren we de geboorte van Jezus van Nazareth, die we de Christus, de Gezalfde, zijn gaan noemen. In Hem werd God meer dan zichtbaar. In Hem zien we een mens die trouw is aan zijn bestemming, een mens die vanuit een intense verbondenheid met God leeft en altijd die nabijheid van God mag ervaren in stilte en gebed.

Om te ontdekken wie je bent en wat de zin van je leven is, in elke levensfase opnieuw, is stilte en bezinning nodig. In die stilte en bezinning ontdekken mensen soms hele nieuwe kanten in zichzelf. Soms gebeurt dat tijdens een opleiding of zomaar in de hectiek van het bestaan.

In het weekend van 13-14 oktober mocht ik in Bovendonk zijn. Dit is een conferentieoord waar ook de priester- en diakenopleiding plaatsvindt

waar Gerrit nu sinds anderhalf jaar aan deelneemt. Tijdens de theologie-opleiding ontdekte Gerrit dat hij misschien een roeping had om zich diaken te laten wijden. Hij heeft daar lang over nagedacht, in gebed bij stilgestaan en uiteindelijk bleef de wens. Sinds anderhalf jaar volgt Gerrit nu een diakenopleiding. Om het weekend vertrekt hij op vrijdagmiddag naar Hoeven (bij Breda) om daar het weekend met medestudenten (priester- en diakenstudenten) colleges te volgen, samen te bidden, gesprekken te voeren met een spirituaal (geestelijk) begeleider en te ontdekken of dit werkelijk zijn weg is.

Af en toe is er een ‘vrouwenweekend’. Dan zijn de vrouwen van de gehuwde diakenstudenten welkom. In oktober heb ik voor het eerst deelgenomen aan zo’n weekend. (Bij deze nog veel dank aan de parochianen voorgang(st)ers die mij dat weekend hebben vervangen.) Een weekend waarin wij hebben stilgestaan bij wat het betekent als je partner diaken gewijd wordt. Hij kiest dan uitdrukkelijk voor een leven binnen de kerk. Hij zal een wijding ontvangen en daarmee aan God en de kerk zijn diensten aanbieden. Het is dan belangrijk dat je als vrouw achter die keuze staat. Anders is zo’n levenskeuze haast niet waar te maken. Niet dat je met je man diaken wordt, nee, je blijft als partner je eigen leven natuurlijk behouden. Maar de dienstbaarheid en beschikbaarheid voor God en de kerk betekenen wel dat op alle momenten van de dag er een beroep op je gedaan kan worden en dat je daar ook voor kiest. Nu zijn wij met z’n tweeën en sta ik ook van harte en volledig in het pastoraat en zal er voor ons niet veel veranderen. Voor diakens met kinderen, is het toch anders. Zij zullen de roeping van het echtgenoot zijn en het vaderschap naast de roeping tot diaken met elkaar moeten verenigen en hun tijd goed moeten verdelen. Elke situatie is verschillend. We waren met zeven vrouwen en ieder van ons staat er anders in. Allemaal ervaren we dat onze mannen door deze opleiding te volgen veel meer tot zichzelf zijn gekomen, dat ze kennelijk meer de mens worden die ze werkelijk zijn. En wie wil niet het geluk van haar/zijn partner?

Het is niet gemakkelijk om uit te leggen wat dat diakenambt inhoudt. Concreet voor Gerrit zal het betekenen (als het tenminste allemaal waarheid mag worden) dat hij binnen het pastoraat zal blijven werken. Hij krijgt daar meer bevoegdheden. Hij mag namens de kerk huwelijken bevestigen en ook dopen. Zo kan hij in deze sacramenten de parochianen nabij zijn en zijn nabijheid  namens de kerk gestalte geven. Een hele belangrijke taak van de diaken ligt in zijn assistentie tijdens de eucharistieviering. Het is de diaken die het evangelie leest, de verkondiging verzorgt, de mensen oproept elkaar de vrede te wensen, de ‘heilige rest’ (de overgebleven geconsacreerde hosties) plaatst in het tabernakel. De diaken wordt gewijd om dienstbaar te zijn en niet om gediend te worden, zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd.

Op weg naar Kerstmis.

Op weg naar een nieuwe geboorte.

Op weg naar wat nog mag ontwaken in mezelf.

Op weg naar mijn ware bestemming.

Op weg naar steeds meer die mens zoals God me heeft bedoeld.

Elke levensfase, elke nieuwe situatie biedt nieuwe kansen.

Ik wens ons toe dat we ze mogen zien.

Ik wens ons allemaal van harte een goede adventstijd toe en Zalig Kerstmis.

 

Shalom, Marita

 

VAN MENS TOT MENS

                       

                                 Onvoldragen

                                 waren de dagen

                                 van dit nieuwe leven

                                 in de moederschoot geweven

                                

                                 Onverwachts

                                 voordat je je reis

                                 op aarde begon

                                 ben je terug gekeerd

                                 naar de Bron van alle leven

                                                           Wilna en Dick de Grooth

Steeds weer opnieuw mogen mensen ervaren, mannen en vrouwen, dat hun liefde mag worden doorgegeven aan een nieuw schepsel. Steeds weer worden er kinderen geboren die vreugde brengen in het leven van twee mensen die van elkaar houden. Mannen en vrouwen ervaren zo dat hun liefde letterlijk vrucht mag dragen en dat ze een mensenkind mogen begeleiden naar volwassenheid.

Soms gebeurt het dat een kindje in de buik van de moeder niet voldragen kan worden en dat het kindje sterft. Onverwachts en niets vermoedend wordt ontdekt dat het kindje niet meer leeft.

“Op 21 juni 1990 ging ik tijdens de 36e week zwangerschap naar de verloskundige voor controle. Nietsvermoedend werd naar de harttonen gespeurd, maar er was stilte. Een echografie bevestigde onze angst: Ons kindje was volkomen onverwacht overleden.” (citaat uit ‘In stilte geboren’, Louise van Gemert).

Dit gebeurde in 1990, het gebeurde vroeger en het gebeurt nog steeds. Veel vrouwen hebben vroeger een dood kindje ter wereld gebracht. Toen werd er niet die aandacht aan besteed die er nu is. Toen ging het leven ‘gewoon’ door, zeggen die vrouwen. Of ze zeggen: ‘Ach, ieder gezin heeft er wel een moeten wegbrengen.’ Veel moeders en vaders hebben er veel verdriet van gehad. Zeker ook omdat hun kindje werd begraven in niet gewijde aarde. Het kindje was immers niet gedoopt. Deze ervaringen hebben wonden geslagen bij de mensen die het aangaat. Het is dan ook begrijpelijk dat deze mensen soms onverwacht tijdens een pastorale ontmoeting hun hart hierover luchten en dat ze vragen of er niet een manier is om recht te doen aan hun verdriet, aan hun kindje.

Het parochiebestuur heeft een aantal parochianen gevraagd om eens na te gaan of wij ‘iets’ zouden kunnen doen. De commissie is aan de slag gegaan en is inmiddels met een voorstel bij het bestuur gekomen. Een kunstenaar heeft een ontwerp gemaakt. Een kunstwerk dat geplaatst zou kunnen worden op onze vier katholieke begraafplaatsen. Vier identieke kunstwerken, speciaal gemaakt voor al die kinderen die vroeger in niet gewijde aarde zijn begraven. Ook voor al die kinderen die niet zijn begraven en waarvan moeders en vaders vaak niet eens weten waar hun kindje gebleven is.

Een model van het kunstwerk is inmiddels bekeken door de commissie, door de coördinatiegroep, door het bestuur en door enkele parochianen die toevallig bij mij waren op de pastorie, waar het model nog staat.

De reacties zijn unaniem zeer positief.

Het bestuur heeft de commissie dan ook gevraagd om verder te gaan en om te onderzoeken of we daadwerkelijk toestemming krijgen van de gemeente om op het katholieke deel van de begraafplaats dit monument te mogen plaatsen. Sommigen vragen of het niet op een centrale plaats zou moeten staan. Immers ook niet katholieke mensen hebben dezelfde ervaring. Dat is waar en ook zij zullen er veel verdriet van hebben. Het verschil is echter dat in katholieke kring de extra pijn gevoeld wordt omdat de kindjes niet in gewijde aarde begraven mochten worden.

De commissie en wij allen zullen er nog goed over nadenken waar het monument uiteindelijk geplaatst zal worden.

Naast deze zaken moeten we ook nog op zoek naar financiën. Kunst is niet goedkoop maar wel zeer duurzaam. Ook hier gaat de commissie zich voor inzetten en zal diverse fondsen benaderen. Maar misschien wilt u ook wel graag een bijdrage geven ten behoeve van deze monumenten. Dat kan natuurlijk altijd. U kunt dan geld overmaken op de bankrekening of postgiro van de parochie (zie achterin dit blad) onder vermelding van ‘monument begraafplaats’.

We hopen dat we rond 2 november e.e.a. kunnen realiseren.

We houden u uiteraard op de hoogte.

                                              

Al voor je werd geboren

            sliep je voor altijd in.

            Toch blijf je bij ons horen

            als deel van ons gezin.

                        Betsy Ruijgt-Scheffers

 

Shalom, Marita

 

 --------------------------------------------------------

                           

                                 Van mens tot mens

                        Het diakonaal beraad van onze parochie heeft

                        de afgelopen jaren regelmatig aandacht gevraagd

                        voor slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld.

                        Helaas worden we de laatste tijd overspoeld door

                        nieuws met betrekking tot misbruikschandalen

                        in instellingen en internaten door priesters en

                        religieuzen.

Ik ben ‘blij’ dat deze gebeurtenissen nu in de openbaarheid komen. Niet dat ik alle verhalen van slachtoffers graag tot in detail hoor. Nee, verre van dat. Wel, omdat nu eindelijk slachtoffers gehoord worden en hopelijk serieus genomen worden. Veel te vaak, ook nu nog, worden slachtoffers opnieuw gezien als dader of als lastige mensen die maar beter hun mond kunnen houden.

Slachtoffers van seksueel misbruik durven meestal aan niemand  vertellen wat hun is overkomen. Ook niet als het gebeurt bij volwassenen. Misbruik gebeurt nagenoeg altijd in een situatie waarin er vertrouwen behoort te zijn, bijvoorbeeld in een thuissituatie, in een werksituatie, in een schoolsituatie, in een gelovige setting. Bijna altijd is er sprake van machtsongelijkheid, bijvoorbeeld een werkgever tegenover een werknemer, een ouder tegenover een kind, een arts tegenover een patiënt, een meester of juf tegenover een kind, een pastor of dominee tegenover een pastorant. Situaties waarin mensen mogen uitgaan van vertrouwen en respect over en weer.

Slachtoffers houden meestal hun mond omdat ze zich schamen, omdat ze weten of vermoeden dat ze maar moeilijk of niet geloofd zullen worden.

Niet vaak, maar gelukkig komt het wel voor, doen slachtoffers aangifte van misbruik bij de politie. Dit is een hele grote stap. Stel je maar eens voor, je moet tot in detail vertellen wat er is voorgevallen en je snapt eigenlijk zelf niet hoe het zover heeft kunnen komen en waarom je je niet met hand en tand hebt verzet. Daders weten slachtoffers psychologisch murw te maken.

‘Als je het aan iemand vertelt, ontsla ik je’, ‘Je vindt het toch zelf ook fijn, je kleedt je altijd zo sexy’, ‘Als je er met iemand over praat, dan raak ik mijn goede naam kwijt en denk je echt dat ze jou zullen geloven?’,  ‘Als jij het aan mama vertelt,  gaan we scheiden en dan is het jouw schuld dat ons gezin uit elkaar valt’, …  En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een praktijkvoorbeeld.

Een slachtoffer deed op een gegeven moment aangifte van misbruik door haar werkgever. Er volgt een onderzoek, een rechtszitting en, helaas, wegens ‘gebrek aan bewijs’ wordt de dader vrijgesproken.

Wat gebeurt er in zo’n situatie in de omgeving van het slachtoffer en de dader?

Eigenlijk wil niemand geloven dat die persoon dader is. We kennen hem, we mogen hem, hij staat in aanzien in dorp of stad. Als dus een rechter zegt: Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs, dan is de reactie van de meeste mensen: Zie je wel, hij heeft niets gedaan. We kunnen weer opgelucht ademhalen, want eigenlijk wil niemand er mee te maken hebben en we kunnen maar moeilijk erkennen en herkennen dat iemand die wij kennen en graag mogen ook tot zoiets in staat is.

De reactie naar het slachtoffer: hoe heb je hem zo zwart kunnen maken? En iedereen herinnert zich meteen alle voorbeelden die ooit de krant hebben gehaald met betrekking tot valse aangiftes.

‘Gebrek aan bewijs’, dus niet voldoende voor een juridische veroordeling. ‘Gebrek aan bewijs’, geen garantie dat de aangeklaagde geen dader is. Helaas durfden andere slachtoffers van dezelfde wekgever geen aangifte te doen. En zo laten slachtoffers elkaar soms ook nog eens in de kou staan.

Iemand zei onlangs: ‘Ik heb in mijn leven geleerd, zowel in negatieve als in positieve zin, dat niets is wat het lijkt.’

Misschien kunnen we daar eens over nadenken.

Shalom, Marita

 

 

 

 

 

 

 

 Van mens tot mens

                            Ik ben wel katholiek, maar ik noem me echt niet

                        meer Rooms Katholiek”.

                        Deze uitspraak kom ik regelmatig tegen, al jaren.

                        En ook ikzelf heb wel gedacht: “Ben ik wel

                        Rooms Katholiek en wil ik dat eigenlijk wel?”

De afgelopen weken duikelen de affaires binnen de katholieke kerk in Nederland over elkaar heen. De hostie wordt geweigerd aan homoseksuelen, veel paters, priesters en andere religieuzen blijken kinderen die aan hen waren toevertrouwd in diverse internaten te hebben misbruikt. Liederen van Huub Oosterhuis mogen we niet meer zingen.

De media trakteren ons dagelijks op heel veel verhalen, de één nog schrijnender dan de ander. Wat moet ik daar mee? Hoe ga ik er mee om? Wat doet dit met mijn eigen geloof en mijn liefde voor de Rooms Katholieke Kerk?

Binnen onze kerk hebben we uiteraard te maken met wetten en regels. In principe ten diepste allemaal gebaseerd op de Tien Geboden, de Tien Woorden, de Tien Richtingwijzers ten leven zoals die verwoord zijn in het Eerste (Oude) Testament. In principe allemaal bedoeld om de mensen in liefde met elkaar en God te laten samenleven en om de mensen voor te houden hoe we zuiver en menswaardig met elkaar kunnen leven. Wetten en regels, gebaseerd op ervaringen, die getoond hebben dat mensen niet altijd alleen maar het goede voor hebben. Wetten en regels die mensen een weg wijzen naar een goddelijk leven met elkaar.

De uitwerkingen van sommige regels passen echter niet meer bij mijn persoonlijke levensgevoel. Er zijn wetten en regels, met name met betrekking tot seksualiteit, die niet stroken met hoe ik in het leven sta. Toch laat ik mij door die regels gezeggen. Dat wil zeggen, ik neem er kennis van, ik ga na waarom het zo gezegd wordt en wat ermee wordt beoogd. Met andere woorden, ik wil mijn eigen geweten laten vormen. Als ik dan toch tot de conclusie kom dat ik er anders in sta, voel ik me vrij om naar eer en geweten te handelen zoals ik denk dat het goed is. Daarbij zal ik nooit vergeten om ook bij God te rade te gaan en te bidden.

In de loop der jaren zijn er de nodige gebeurtenissen geweest waardoor ik mij persoonlijk zeer gekwetst heb gevoeld door ‘de kerk’. Nee, dat zeg ik niet goed. Niet door ‘de kerk’, maar door werkers en werksters in die kerk. Ik hou van de Rooms Katholieke Kerk. Ik ga er van uit dat de intentie van de kerk een goede liefdevolle intentie is. Er zijn echter werkers in het veld die naar mijn idee volledig de plank mis slaan. Ik denk vaak aan gezinnen waar helaas soms ouders zijn die het niet waard zijn om vader of moeder genoemd te worden. Niet elke biologische ouder is ook een goede ouder, een goede vader of moeder. Onze Moeder de Kerk en wij allen met elkaar vormen ook een gezin. Een groot gezin. En in dit gezin zijn ook mensen die het niet waard zijn de kerk te vertegenwoordigen. Immers, de kerk staat voor liefde, voor vertrouwen, voor geloof en hoop. De afgelopen weken heb ik veel mensen gesproken die er moeite mee hebben om zich nog Rooms Katholiek te noemen. Er is plaatsvervangende schaamte. Hun reactie blijkt voort te komen uit hun liefde voor de kerk. Juist omdat ze van die kerk houden, doet het zo´n pijn. In het klooster, op retraite met een groep, kwam het ook aan de orde. Iedereen voelde zich daar op die plek heel erg thuis bij elkaar, bij de zusters, bij de eucharistieviering, bij God. Ook dat is Rooms Katholieke Kerk. En toen we bij elkaar waren met mensen die het moeilijk hebben met alles wat er gebeurt en gezegd wordt met betrekking tot homoseksualiteit, mochten we toch ook constateren dat we daar met elkaar, met die concrete groep mensen ook Rooms Katholieke Kerk zijn. Onze bisschop, mgr. Gerard de Korte, verwoordde ergens, dat het grondpersoneel van God niet allemaal deugt. Maar daarmee kun je toch niet zeggen dat de hele Kerk niet deugt!

Laten we elkaar blijven ontmoeten en ruimte bieden aan alles wat er leeft in ons. Teveel slachtoffers lijden aan een dubbel trauma. Het vertrouwen in de mens is levenslang geschaad en misbruik in een gelovige setting pakt mensen ook nog het geloof in een liefdevolle God af. Het is dramatisch. Het is te erg voor woorden. Maar juist nu is het nodig dat er woorden aan gegeven worden. Dat is de enige manier om er verder mee te komen en om te mogen herontdekken dat ´geloof over liefde gaat´.

Shalom,  Marita

 

 

 

 

 

 

 

--------------------------------------------

Van mens tot mens 

                        

 

 

Van de vele activiteiten die er zijn in een

parochie zijn eigenlijk alleen de vieringen

zichtbaar en tastbaar voor iedereen.    

Iedereen heeft wel een idee bij wat de vieringen in een parochie inhouden. Of die ideeën altijd kloppen is maar de vraag.

Bij de voorbereiding van uitvaarten bijvoorbeeld maak ik nogal eens mee dat mensen, die zelf al lang niet meer naar de kerk gaan, er geen idee van hebben hoe het er tegenwoordig aan toe gaat. Er leven dan nogal wat verkeerde veronderstellingen alsof de kerk, de vieringen, nog net zo zijn als, zeg maar, dertig jaar geleden. Na uitvaartvieringen hoor ik nogal eens van mensen dat ze het mooi en fijn hebben gevonden om zo afscheid te kunnen nemen van een dierbare. En zeggen ze: ‘Als in onze parochie zo gevierd zou worden, zou ik weer naar de kerk gaan.’ Ik twijfel niet aan de oprechtheid van deze uitspraak en de intentie die er mee wordt uitgesproken. Maar ik weet ook dat het zo niet werkt.

Ik hoef maar te kijken naar onze eigen parochie, waar we echt altijd proberen op een betrokken, persoonlijke manier vieringen gestalte te geven, om te weten dat het zo niet werkt. Bij uitvaarten of andere speciale vieringen is er over het algemeen een heel andere betrokkenheid dan in de weekendvieringen. De overledene, de jubilaris, of het bruidspaar zijn de reden waarom men dan naar de kerk gaat en niet om de persoonlijke relatie met God te versterken. Dat kan dan een bijkomend gunstig effect zijn. Ik denk dat de regelmatige kerkgang (wekelijks, elke veertien dagen of maandelijks) niet meer zo in ons systeem zit. We worden ook op vele andere manieren gevoed. En toch liggen in die regelmatige ontmoetingen kansen om met elkaar  na te denken over de zin van het leven. Ik denk namelijk dat iedereen daar wel behoefte aan heeft en in feite gebeurt dat in de vieringen en zeker ook daarna bij de koffie en de borrel. 

In gesprek met mensen die niet meer zo betrokken zijn heb ik altijd de neiging om te vertellen dat er gelukkig wel een vaste kern is in de parochie die ervoor zorgt dat er nog steeds vieringen gehouden kunnen worden. Gelukkig zijn er nog steeds zeer veel betrokken vrijwillig(st)ers die het mogelijk maken dat we in onze kerken kunnen vieren. Dat is de menskracht die onontbeerlijk is en  die maar moeilijk op waarde kan worden geschat, omdat het niet zichtbaar is, omdat er heel veel achter de schermen gebeurt.

Mensen vinden het vaak wel allemaal vanzelfsprekend dat ze bij de parochie terecht kunnen en dat wil ik ook graag zo houden. Maar de andere kant is wel dat iedereen zich er wel wat meer van bewust zou mogen zijn dat een kleine kern niet voldoende is om alles wat we nu hebben in stand te houden.

We moeten ons best doen met elkaar om de waarde van parochie zijn en kerk zijn meer onder woorden te brengen. Ik merk op verschillende plekken dat daar behoefte aan is, onder jongeren en ouderen. Steeds meer is er vraag naar ontmoetingen waar we inhoudelijk met elkaar in gesprek kunnen. Er zijn al veel gespreksgroepen en ik ga bekijken hoe we dat nog kunnen uitbreiden. Ik mis al een aantal jaren een bijbelgroep in de parochie. We moeten wellicht weer andere prioriteiten gaan stellen. Ook hoor ik geluiden over andersoortige vieringen in de kerk. Laat het weten en zet je er zelf voor in. Je bent welkom en onzer kerkgebouwen willen graag meer bezoek.

Hoe het ook zij, we hebben gelukkig een gemeenschap met heel veel inzet van parochianen. Op een aantal plekken in onze parochie, in enkele werkgroepen hebben we dringend behoefte aan aanvulling, of opvolging. Ik weet dat de meeste vrijwillig(st)ers ooit gevraagd zijn om dit werk te doen. Het komt haast niet voor dat mensen zich spontaan aanmelden voor een taak in de parochie.

Waarom eigenlijk niet? Ga eens na welk talent u, jij zou kunnen en willen inzetten in de parochie. Je wordt er altijd zelf ook ‘rijker’ van in de zin dat het voldoening geeft. Gun het jezelf en ons als gemeenschap.

In het artikel van het bestuur worden een aantal concrete vacatures genoemd. Misschien wat voor jou?

Daarnaast hebben we ook nog iemand nodig die met Marleen van de Wiel en mij samen de doopgesprekken wil voeren en alles wat daar administratief geregeld moet worden wil regelen. Heb je zelf goede herinneringen aan een doopgesprek? Misschien wil je dan wel een paar seizoenen meedraaien.

Je bent van harte welkom.

Heb je andere ideeën om je talenten in te zetten maar je weet niet of daar al activiteiten voor zijn? Laat het weten, jij zelf maakt de parochie tot de gemeenschap waar jij je thuis bij voelt en waar jij je geloven verder kunt ontwikkelen.

Ik zie uit naar jullie reacties.

Shalom, Marita

 

 

 

_______________________________________________________________

 

 

Van mens tot mens

 

 

Op de tv zag ik gisteravond een reclame
over mensen met goede bedoelingen.
Een vrouw met kind in de auto wil wegrijden.
Een man gebaart hevig naar haar en wil haar iets zeggen.

                                  

“Wat moet hij van mij”, denkt ze en ze geeft gas.

De man wilde haar erop wijzen dat ze haar boodschappentas nog op de auto had liggen…

Volgende scène. Twee fietsers staan in de regen op een kruispunt ergens in het open veld en bestuderen de kaart. Waar moeten ze heen. Er komt een boer op hen af en hij zwaait met een spa in zijn hand.

“Wat wil die kerel van ons”. Ze springen op de fiets en rijden weg. Je hoort de boer nog zeggen: “Waar moeten jullie dan naar toe?”

En zo volgden er nog een paar scènes.

Waarom toch die overspannen reacties? Zijn we bang voor elkaar? Gaan we alleen maar meer uit van slechte bedoelingen van mensen? En als je dan bij jezelf nagaat, hoe jij in het leven staat? Sta jij anderen naar het leven of ben je best bereid anderen te helpen? Als jij de ander best wilt helpen, waarom denk je dat de ander jou dan niet wil helpen?

We leven in een maatschappij, zeggen mensen, waar je moet oppassen. Mensen hebben niets meer voor elkaar over, zeggen ze. En de jeugd? Die leeft alleen maar voor de lol.

Soms ontmoet ik mensen die al deze clichés als waarheid beleven. Alleen maar negativiteit. Die mensen hebben het niet gemakkelijk. Ze leven zwaar en moeten altijd op hun hoede zijn, denken ze. Ik kan heel slecht tegen zo’n houding. Het valt als een grote zwarte deken om me heen en ik stik bijna. Soms is het zo extreem, althans in mijn oren en ogen, dat het weer lachwekkend wordt. Dan  doe ik er nog een schepje bovenop en zeg: Ja, het is vreselijk, alle mensen zijn slecht, niemand deugt en weet u, zo denken ze ook over u!

Ik ervaar gelukkig heel veel positiefs en ervaar dat als je zelf de ander vriendelijk tegemoet treedt, dat mensen niets liever willen dan ook vriendelijk zijn. Het voelt voor iedereen veel fijner als we positief door het leven gaan. Natuurlijk zijn er negatieve ervaringen, natuurlijk zijn er mensen die niet in staat zijn naar zichzelf te kijken en daardoor alle verantwoordelijkheid bij de ander leggen. Bij rampen hoor je: ‘De overheid had veel eerder moeten ingrijpen.’ En op andere momenten hoor je: ‘Waar bemoeit de overheid zich mee. Dat is inbreuk op ons privé leven.’

Hoezo privé? Ben jij de enige op de wereld? En heb jij je eigen leven gemaakt? Of kun je diep van binnen toelaten dat ook jouw leven een geschenk is? Je had er ook niet kunnen zijn.

Respect voor het leven van jezelf van de ander, daar getuigde Jezus van en wat is het toch geweldig dat wij Jezus van Nazareth als voorbeeld voor ons leven mogen hebben. Hij laat zien dat je als mens verantwoordelijk bent voor je eigen leven en als kind van God ook voor het leven van je medemens. Hij laat zich scholen en informeren en trekt zich regelmatig terug voor bezinning en contact met God om vervolgens een eigen eerlijke betrouwbare liefdevolle weg te kunnen gaan. Een weg die vaak haaks staat op wat anderen doen, zoals de schriftgeleerden en Farizeeën, zeg maar de leiders van die tijd.

Durf in gezelschap uit te spreken dat je het niet fijn vindt als er discriminerende moppen worden verteld; durf op te stappen als de sfeer alleen maar negatief blijft of het plezier van de één over de rug van ander heen gaat en men jou niet hoort. Wees trouw aan je ware roeping, de roeping van ieder mens: ga liefdevol door het leven en als jouw liefde puur is en je gaat er recht voor staan dan zal iedereen respect voor je hebben. Zulke mensen hebben we nodig, altijd weer. Mensen die in staat zijn om naar binnen te kijken en eerlijk te zien in zichzelf die ´spinnenwebben´ (zoals Leo Feijen het uitdrukt) en donkere kanten en die vervolgens door de liefde van God laten bestralen zodat je steeds meer kunt uitgroeien naar een eerlijk puur mens die feilloos aanvoelt, altijd en overal waar het niet zuiver is en die daar dan die zuiverheid kan brengen. Jezus van Nazareth was zo´n mens en denk niet dat Hij een doetje was. Nee, iemand die zo puur en zuiver is kan kernachtig duidelijk maken waar mensen niet goed met elkaar omgaan.

Ik hoop dat er nog eens een tijd komt dat de tv vooral alle goede gebeurtenissen laat zien waar mensen met elkaar aan werken. Mensen willen geen ellende, zelf niet en ook niet voor de ander. Kijk naar de beelden uit Haïti en iedereen voelt de pijn in haar en zijn lijf en iedereen wil helpen en gelukkig doen ook zeer velen dat. En helpen kunnen we, allemaal. Door geld te geven, door te bidden, door kinderen op te nemen, door morele steun aan de mensen die het moeilijke hebben.

Leef je leven met alles wat er bij hoort: ´Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder niet zonder God!´

Shalom, Marita

 

 

 ------------------------------------------------------------

                        Van mens tot mens

                        “Waag in dit nieuwe jaar vol hoop en vertrouwen

                        te denken wat je nooit hebt mogen denken.

                        Waag te doen wat je nooit hebt mogen doen,

                        waag te zijn die je nooit hebt mogen zijn en

                        wat toch als roeping diep in je ligt.”

                                                                       Eugen Drewermann

Een nieuw jaar ligt voor ons met nieuwe kansen, met nieuwe uitdagingen, met nieuwe teleurstellingen, nieuwe tegenslagen, nieuwe geboortes, oude gewoontes, misschien in een nieuw licht.

Aan het eind van een jaar en bij het begin van een nieuw jaar  blik ik terug, niet op alles, nee, veel is afgerond gedurende het jaar, maar er zijn gebeurtenissen, ontwikkelingen die we met ons meenemen het nieuwe jaar in. Geloofsontwikkelingen in de kerk, in de parochie, in ons persoonlijke leven.

Ik heb mij afgevraagd: Hoe sta ik in de kerk, hoe sta ik in het bisdom, hoe is mijn relatie met het kerkelijk gezag, kan ik mezelf blijven in een kerk die op een aantal terreinen aan het restaureren is en die mijn ruimte als pastor inperkt? Ik ken  mezelf. Ik ben een gezagsgetrouw mens en luister naar gezagsdragers in maatschappij en kerk. Ik heb hen hoog en ga er van uit dat ze het welzijn en het geluk van de mensen voor ogen hebben. Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat ik soms in de knel kom vanuit genoemde houding. Soms ervaar ik bepaalde ontwikkelingen niet als heilzaam voor mij persoonlijk en ook niet voor de parochie. Dat knaagt dan aan mij en ik voel het in  mijn lijf. Ik kan er niet omheen, ik moet mezelf serieus nemen. De afgelopen jaren heb ik geleerd om meer en meer trouw te blijven aan mezelf. Soms betekent dit dat ik wegen ga in mijn geloof en in de parochie die door de kerkleiding niet altijd als wenselijk worden gezien. Toch kan ik zeggen dat ik naar eer en geweten handel en dat ik altijd opensta voor kritiek en dat ik ook bereid en in staat ben om mijn ongelijk, mijn falen of dwalen toe te geven. In contact met kerkleiding en parochianen ontwikkel ik verder. Ik werk nu twintig jaar in het parochiepastoraat en in al die jaren heb ik voor 98% met plezier mijn werk gedaan. Dat is nog steeds zo. Veranderingen in kerk en maatschappij zullen er altijd zijn. Met de wisselingen van kerkleiders, met de wisseling bijvoorbeeld van een bisschop ontstaan er nieuwe kansen, nieuwe uitdagingen, nieuwe mogelijkheden en ook onmogelijkheden. Ik ben als gelovige lid van de rooms katholieke kerk. Dat ben ik van harte. Als parochie behoren wij tot de rooms katholieke kerk. En dus hebben we ook contact met het vicariaat en het bisdom. En dus willen we ons ook laten informeren door alles wat er vanuit het bisdom wordt aangereikt en wat onze bisschop ziet als zijn visie op de toekomst van de kerk van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Afgelopen jaar hebben wij diverse ontmoetingen mogen hebben met onze bisschop. Ik hoor enthousiaste geluiden en teleurgestelde reacties. ‘Onze bisschop heeft een open houding en pastoraal vind ik hem dichtbij.’ ‘De kerk loopt achter en zou eens moeten ophouden zich te bemoeien met de seksuele moraal’.  ‘Hoe kan ik mijn volwassen kinderen de standpunten van de kerk uitleggen met betrekking tot echtscheiding en homoseksualiteit.’ ‘Waarom mogen vrouwen niet gewijd worden tot diaken en priester?’ Enzovoort, enzovoort.

Allemaal zaken die niet nieuw zijn. Voor sommige (of veel?) parochianen gaan de ontwikkelingen te langzaam. Te lang al hebben ze gehoopt dat er op genoemde terreinen meer ruimte zou komen vanuit de kerkleiding. Te lang al voelen ze zich niet gezien en gekend, terwijl ze verlangen naar erkenning van hun eigen visie, omdat dat bij hen past. Voor anderen is dit helder en duidelijk: zo is de kerk en dat is prima en wij gaan er op onze eigen wijze mee om; uiteindelijk is ieders eigen geweten de laatste norm en heeft ieder mens zich zelf te verantwoorden tegenover God. Voor weer anderen betekent het: Waar hebben we het eigenlijk over, regels en wetten; zullen we het nu eindelijk weer eens hebben over de geloofsinhoud; over wie God is, over hoe wij ons geloof kunnen beleven en doorgeven aan onze kinderen?

In onze parochie kom ik al deze stromingen tegen. En de ene keer voel ik me meer thuis bij de ene stroming en de andere keer bij de andere. Ik wil luisteren en praten en daardoor mezelf toetsten. Ik wil luisteren naar en praten met parochianen, met collega’s, met onze kerkleiders, met de bijbel, met Jezus, met de Heilige Geest, met God en met alle engelen en heiligen. We hebben als parochie een aantal jaren achter de rug waarin we ons naar mijn idee, achteraf gezien, teveel hebben laten bepalen door een zeker verzet tegen de kerkleiding. Persoonlijk heb ik tijd nodig gehad om in een veranderende kerk mijn positie opnieuw te bepalen. Inmiddels is het voor mij al weer langere tijd heel duidelijk: ik werk van harte als basispastor in de rooms katholieke kerk. Ik voel me er vrij en geniet van het werk met die vele vrijwillig(st)ers in onze parochie. Samen bouwen wij aan een gemeenschap waar het goed toeven is voor iedereen, bij welke stroming je je ook thuis voelt. Ik hoop en bid dat wij als parochie een open gastvrije gemeenschap zullen blijven en dat we er alert op blijven dat iedereen een thuis kan vinden in onze parochie. Ook al verschillen we weleens van mening met elkaar, met de leiding of met wie dan ook, als we telkens proberen naar de kern terug te gaan, dan denk ik dat we werkelijk Gods Rijk op aarde zichtbaar kunnen maken. Terug naar de kern: elkaar bevragen op wat je werkelijke roeping is in dit leven, elkaar helpen om die roeping op het spoor te komen en er naar te kunnen leven. God roept ons allen aan het licht en wij mogen het licht verspreiden, ook in 2010. Van harte een gezegend en heilzaam 2010 gewenst!

Shalom, pastor Marita