Historie van de kerk van Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee te Marknesse.

 

De eerste kerk

Op 27 augustus 1944 wordt in Marknesse de eerste noodkerk gebouwd. In dit kerkje wordt de zielzorg behartigd voor de mensen in de kampen van Marknesse en omgeving.

Pastoor van Dijk wordt benoemd en krijgt assistentie van de paters Ceelen en Croonen.

De noodkerk wordt gebouwd door de firma Panagro uit Warmond. Voor de kruiswegstaties is geen plaats en deze worden daarom op de ramen geschilderd. Een niet katholieke grondwerker uit de polder biedt zich hiervoor aan: J. van Slooten.


 

Twee stenen beelden van Jozef en Maria worden gekocht bij Jungblut in Bilthoven. Men kon toen nog niet weten dat dit noodkerkje later door een Maria- en een Jozef kerk vervangen zal worden.

De parochie grenzen worden aangegeven. Dit is de eerste stap naar een zelfstandige parochie in Marknesse

 

Als de noodkerk al enige jaren in gebruik is, wordt er  in 1948 een begin gemaakt met de bouw van het dorp Marknesse. Pas als het dorp goed groeit, vindt het bisdom Utrecht de tijd rijp geworden voor een zelfstandige parochie.

 

Belangrijk hierbij is de grensbeschrijving van het dorp. De parochie van Marknesse wordt begrensd: Ten zuiden door de Voorstersluis en de Zwolsevaart. Vandaar in westelijke richting de Enservaart volgend tot de kavelsloot 06-07 en de kavelsloot 0110-0111 en de kavelsloot 086-087 tot de kleitocht. De Kleitocht volgend in westelijke richting tot de Kleeftocht. Daarna volgend de Zwolsevaart in oostelijke richting tot de Oostvaart. De Oostvaart volgend in Noordelijke richting tot de Lindetocht. De Lindetocht volgend in westelijke richting tot de Kuinreweg .

 

Op zondag 26 augustus 1949 wordt  pastoor Weijs geïnstalleerd. Hij wordt als “bouwpastoor“ de verantwoordelijke voor de bouw van de scholen en kerken in Marknesse en in Luttelgeest. Het aantal parochianen groeit. De noodkerk wordt te klein en het is nodig om met de bouw van de kerk te starten.

 

 

 

De maand januari is een spannende periode omdat de toewijzingen bekend worden van het aantal uit te geven bedrijven . Het aantal katholieke pachters is een belangrijk gegeven voor een vlotte kerkenbouw. Op 11 januari 1950 komen er in Marknesse slechts 3 nieuwe pachters. Het jaar daarop komen er eerst 11 en in december nog eens 16 katholieke pachters bij.

 

Waar komt de eerste kerk?

Er ontstaat een strijd tussen Marknesse en Luttelgeest waar de eerste kerk komt. Ieder dorp ziet daarvoor graag de pachters komen.

In 1953 komt er een gunstige financieringsregeling tot stand.

 

Er zijn forse bedragen nodig, die door een kleine groep opgebracht moeten worden. Een aantal mensen staan borg voor de financiën. Van de pachters wordt een kavelbijdrage, een vast bedrag per hectare gevraagd. Bij de overige parochianen wordt elke 2 maanden huis aan huis geld opgehaald.

 

De helft van de bouwkosten is voor  de kerken, de andere helft is voor de overheid. Aan deze regeling zit de verplichting vast de bouwtekening eerst te laten goedkeuren door de directie NOP.

 

Het aantal pachters stijgt en de wedloop van de eerste kerk wordt uiteindelijk gewonnen door Luttelgeest. De belangrijkste reden is dat de bouwtekening van de kerk in eerste instantie wordt afgekeurd. Pas in januari 1956 wordt er met de bouw begonnen.


 

Onze Lieve Vrouwe Sterre der zee

Rond 1954 ontwerpt architect A.J.M. Vosman uit Deventer de nieuwe kerk van Marknesse. De kerk mag worden aanbesteed. De laagste inschrijver, de heer Mokveld, gaat bouwen voor de som van  ¦ 298.000,-.

De eerste steen wordt onder grote belangstelling, gelegd op 12 juni 1956 door mgr. P.A. Nierman.

 

Op 29 april 1957 wordt mgr. Nierman aan de grens van de parochie (bij Blokzijl afgehaald door kerkbestuur, bruidjes en feestcommissie. Bij de kerk wordt de bisschop verwelkomd door Adrianus Rommens, pachter in Marknesse en voorzitter van de feestcommissie.

Alle parochianen worden verzocht op deze heuglijke dag te vlaggen. Liefst met een wit/gele vlag.

Op 30 april 1957 is dan de plechtige consecratie van de kerk.

Zes paters Norbertijnen van Essenburg assisteren bij de plechtigheden.

 

Genodigden voor de plechtigheid zijn o.a. dokter Rijken, dominee van Steen, (geref) en dominee Bleeker (herv).

Tijdens de inwijding worden er in het altaar relikwieën geplaatst van de heilige Vincentius en de heilige Valentinus.

 

H.Vincentius, diaken en martelaar (22 januari)

Vincentius, geboren in het spaanse Saragossa,  is de eerste Spaanse martelaar. Vincentius was standvastig in alle opzichten, hij was niet klein te krijgen. Dat wekte de woede van de landvoogd van Hispania op. Zo werd hij in 304 gearresteerd en onderging de meest gruwelijke folteringen. Geduldig verdroeg hij zijn verschrikkelijk lijden. Hij wist zich gesteund door God en de engelen. Toen Vincentius stierf werd hij in zee geworpen. Hij spoelde later aan land bij Valencia.

Patroon van: wijnbouwers(vin), zeelui, dakdekkers, houthakkers, dakpannenbakkers en pottenbakkers.

Valentinus van Terni , bisschop en martelaar ( 14 febr.)

Geboren in de derde eeuw nabij Rome. Hij was priester en zou ook arts geweest zijn, later werd hij bisschop van Terni. Het was een roerige tijd en de Romeinse keizers oefenden met sterke hand de macht uit. Ieder gemotiveerd soldaat was nodig. Kortweg: soldaten mochten niet trouwen. Toen een jong stelletje bij Valentius kwam, zwichtte Valentinus voor de liefde van deze jonge mensen. In het geheim huwde hij hen en al snel volgden meer. Dit was tegen het decreet van de toenmalige keizer Claudius  in. Valentinus werd aangegeven en gevangen genomen. Toen de bisschop voor de keizer verscheen probeerde hij de keizer te bekeren tot het christelijk geloof. Claudius was hier over zeer verbolgen en liet hem folteren. Tenslotte werd Valentinus op 14 februari 268 in Rome onthoofd.

14 februari: Valentijnsdag.

Patroon van: imkers, jeugd, reizigers, schippers, verliefden, verloofden, molenaars. Patroon tegen: oogaandoeningen, vallende ziekten, jicht, pest, stuipen, machteloosheid.

Patroon voor: een gunstige wind, een goed huwelijk.

 

De oude houten noodkerk wordt meteen afgebroken en verkocht.

 

Het gebouw

De kerk is van het type basiliek en is gebouwd in een traditionele stijl, die verwant is aan de architectuur van de Delftse School en aan de middeleeuwse kerkenbouw.

 

Het kerkgebouw heeft een zadeldak en de tegelijkertijd gebouwde pastorie een schilddak. De vensters in het kerkgebouw zijn grotendeels rondboogvormig en voorzien van onderdorpels met afzaat en in stalen stijlen en regels gevat, glas-in-lood. Het symmetrische vooraanzicht van de kerk wordt gedomineerd door de toren, waarvan het zadeldak dwars op de kap van het schip staat. De entree is rondboogvormig en met een dubbele paneeldeur met een sluitsteen in de betonnen omlijsting. Het onderste deel van de toren heeft een steunbeer aan weerszijden. In het midden van de gevel staat een gebeeld­houwd reliëf van een Madonna met kind.


 

De bovenkant van de toren bevat 3 rondboog galmgaten met ijzeren sierhekjes.

   De kopse zijden van de toren zijn vlak boven de zijbeuken voorzien van twee smalle rondboog vensters en een eveneens smal galmgat.

Aan de achterzijde zien we ook 3 rondboog galmgaten met sierhekjes. De torenkap heeft een vergulde bol met kruis en een vergulde weerhaan. De kopgevels van de zijbeuken, die het middenschip flankeren hebben een klein venster.

 

De langsgevel van de linker zijbeuk is door middel van vijf steunberen in vier traveeën verdeeld, die allen twee vensters hebben.

 

De boven het lessenaar dak van de zijbeuk staande gevelpartij van het schip is door vier vergelijkbare steunberen verdeeld in drie traveeën, die elk een rond venster hebben.

 

De achterzijde van het gebouw wordt gedomineerd door de hoog opgaande halfronde absis van het koor, onder een met koperen roeven gedekt, half kegeldak, met een eveneens, koperen dakgoot.

 

De kerkruimte wordt in de lengte en in de breedte in drieën gedeeld door grote rondbogen, waartussen de koepelgewelven liggen. De gewelfbogen rusten op betonnen zuilen.

Deze ondersteunen ook de drie rondboogvormige scheibogen. Ook de zijbeuken zijn voorzien van drie koepelgewelfjes. De vloer is betegeld. Er zijn twee rijen banken met een middenpad in het schip en een smallere rij van banken in beide zijbeuken.

 

De kant van het priesterkoor heeft een groot podium, met een kleiner tweede podium voor het hoofdaltaar in een absis met een half koepelgewelf. Op de podia staan altaartafels. Links staat het Jozef beeld en rechts het Maria beeld. Het doopvont staat rechts voor in de kerk. Op de rand staat geschreven: ‘Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden’.

 

Als men de kerk betreedt komt men in het voorportaal. Als men in de gebedsruimte komt, staat er een reeks van drie zuilen, die de balustrade en het balkon van de orgeltribune dragen.

 

Boven de orgeltribune is de klokkentoren.

Deze is te beklimmen via een viertal vaste trappen. De luiklok is gegoten door Petit en Fritsen in Aarle-Rixtel. De klok heeft de toonhoogte A. Zij weegt 493 kilo en de klepel weegt 20 kilo. De klok is ontworpen door T. Hogen en zoon uit Amsterdam. Het opschrift op deze klok luidt: ‘Maria Vocor Ubi Pridem Sonibus Maris Nunc Vox Mea Laudat Dominum’. Dit betekent: ‘Maria heet ik, waar eerst de klanken der zee de lof des Heren verkondigen, doet dat nu mijn stem’. Het beeld van Maria aan de voorzijde van de kerk is vervaardigd uit tufsteen. Het ontwerp hiervan komt van P.C. van Dungen uit Oostrum.

 

Overzicht Pastores 1949 - 2006

 

Pastoor A.Th.W. Weijs                       1949-1968

Pastoor W.J. Schouten                        1968-1986

Deken R.H. Dohle                               1986-1987

Pastoor J. Andriessen  cssp                 1987-1995

Pastor R.B.J.J.M. Scheltinga               1988-1993

Pastor M. Fennema – Robben             1996-heden