Informatie avonden in Kraggenburg en Luttelgeest.

 

Op resp. 2 en 9 april was het parochiebestuur aanwezig in Kraggenburg en Luttelgeest om de parochianen te informeren over het behoud van de kerkgelegenheid in die dorpen.

Al in 1991 is door het bisdom ingezet op kerksluitingen of samenvoegingen. De voornaamste reden hiervoor is het afnemend kerkbezoek.

Het parochiebestuur van de Ireneüsparochie wil graag kerkgelegenheid in ieder dorp behouden.

Natuurlijk delen wij de zorg van het bisdom dat het kerkbezoek afneemt en dat het openhouden van de 4 kerkgebouwen een grote kostenpost is.

Echter onze parochie kenmerkt zich door een grote betrokkenheid van de parochianen. Met elkaar vormen wij de kerk. Dat is onze kracht!

Mensen blijven bijdragen via de jaarlijkse aktie kerkbalans; met rouw en trouw zitten onze kerken vol en parochianen en dorpbewoners hechten hier veel waarde aan.

Mensen laten zich niet uitschrijven bij de parochie ook al zie je sommigen weinig in de kerk.

 

Daarom gaan wij door om in elk dorp kerkgelegenheid te houden. We zien echter wel, dat dat op den duur wel moeilijker kan worden. Uit Kraggenburg is enkele jaren geleden zelf het initiatief gekomen om te kijken naar de toekomst van de kerkgebouwen. In Luttelgeest wordt dit nagevolgd. Juist in deze twee dorpen is de oecumene het meest ver ontwikkeld en ligt het in deze tijd o.i. voor de hand om hiermee verder te gaan.

In het grote geheel dus toewerken naar 2 echte parochiekerken en 2 kerken gedeeld met de PKN en eventueel anderen erbij als Multi Functioneel Centrum.

Wij denken dat als we een kerk gaan sluiten en er niet voor terug komt, we parochianen gaan verliezen. We denken zelfs dat de leefbaarheid in zo’n dorp gaat teruglopen, omdat er dan geen kerk meer is als centraal punt om bijzondere momenten in het leven van mensen..

Op beide avonden hebben we een een presentatie kunnen zien van de plannen uit Kraggenburg. In Kraggenburg gaat de gebouwencommissie door met een haalbaarheidsonderzoek.

Wij houden u op de hoogte van de vorderingen.

 

 

Voorafgaand aan de bouw van de kerkgebouwen ligt een hele geschiedenis die we hier in het kort willen beschrijven.

 

 

Opbouw Noordoostpolder

In 1936 wordt een begin gemaakt met de dijk rond de Noordoostpolder. Een polder van 48.000 ha. groot. En zonder feestelijk vertoon (het was immers oorlog) wordt op 13 december 1940 om 13 uur 53 de laatste opening in de dijk gesloten. Drie gemalen zullen de waterstand op peil houden. Op 9 september 1942 is de polder “droog”.

De Noordoostpolder is een feit en de ontginning kan beginnen.

Hier zijn mensen voor nodig en zij komen uit het gehele land. Zij gaan de polder in cultuur brengen.

 

Een jaar voordat de polder droogvalt, nl. op 25 aug. 1941 benoemt monseigneur J. de Jong, de aartsbisschop van Utrecht, de eerste pastoor voor de Noordoostpolder: pastoor Th.W. van Dijk.

 

Waarom nu al?

Wel, er zijn  al zo’n 1000 mannen aan het greppels graven in het oosten van de polder. In 1942 zijn dat er al 4000! Werk genoeg dus voor pastoor van Dijk.

Deze werkers (pioniers) worden ondergebracht in barakken.

De eerste barak staat in Blokzijl, spoedig volgen de barakken in Kadoelen, Vollenhove en Kuinre.

 

Naarmate de ontginning vordert, komen er ook barakken in de polder.

 

En dan begint het uitgeven van de boerderijen. En de eerste dorpen krijgen vorm. In deze tijd van wederopbouw (het is net na de 2e wereldoorlog) worden de gebouwen gekarakteriseerd door de bouwstijl van de zogenaamde ‘Delftse School’. Mensen krijgen een vaste stek en er is onder andere behoefte aan kerkgebouwen.