Historie van de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand te Ens.
Een perceel rijksgrond wordt in Ens gehuurd, om daar tzt een noodkerk te kunnen bouwen.
De jaarlijkse vergoeding, welke moet worden betaald, schommelt behoorlijk: in 1947 ƒ 80,- in 1948 ƒ 181,- en vanaf 1951 ƒ 41,- per jaar!
In de periode 1949/1950 wordt de noodkerk gebouwd aan de Arnoldus van Bockholtstraat.
De parochiegrenzen worden aangegeven, en dit is de eerste stap naar een zelfstandige parochie in Ens.
De parochie te Ens wordt op woensdag 25 april 1951 opgericht en krijgt de naam Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand.
De plechtige installatie van pastoor Gilsing, de eerste pastoor van Ens, vindt plaats.
Kerkdiensten in de noodkerk
Gaan de parochianen van Ens eerst in Kraggenburg ter kerke, vanaf 1951 komt daar verandering in.
’s Zondags worden de H. Missen opgedragen in de noodkerk aan de Arnoldus van Bockholtstraat.
Ná de realisatie van het definitieve kerkgebouw is de noodkerk in principe overbodig en staat vanaf 1956 dan ook op de nominatie om te worden afgebroken. De school had echter noodlokalen nodig en zodoende werd door de pastoor een verzoek gedaan aan de Landdrost van het ‘Openbare Lichaam’, de Directie van de Wieringermeer (noordoostpolderwerken), om het noodgebouw nog enkele jaren te mogen gebruiken. Hierop werd geantwoord, dat dit nog wel tot 1958 mocht, maar “op 1 januari 1958 zal de noodkerk definitief moeten zijn afgebroken”.
Heden - bijna 50 jaar na dato – staat ‘t Gebouwtje er nog steeds!
Al snel begint men na te denken over de bouw van een definitief kerkgebouw.
Samen met enkele andere dorpen in de NOP richt men een verzoek aan de ‘Directie van de Wieringermeer (noordoostpolderwerken)’ voor een definitieve kerkgelegenheid in Ens. Dit is geen probleem, aangezien er door het ministerie van verkeer en waterstaat een ‘Regeling financiering kerkenbouw in de Noordoostpolder’ is ingesteld in het kader van ‘de kolonisatie van de Noordoostpolder’.
Deze regeling behelst een subsidie van 50% op de fictieve bouwkosten, waarvan weer 3% wordt ingehouden ten behoeve van een torenfonds.
Dit torenfonds is bedoeld, om daaruit de bouwkosten van torens of dakruiters bij 13 - door de minister aan te wijzen – kerken in de Noordoostpolder te financieren.
Kerkenbouw
Pastoor F.A. Gilsing wordt bouwpastoor voor het kerkgebouw en de school van Ens.
Op 31 dec. 1953 wordt per notaris een bouwfonds gesticht.
Er zijn forse bedragen nodig die door een kleine groep opgebracht moet worden. Ook wordt er een beroep gedaan op het bisdom (op dit moment is dat nog bisdom Utrecht) voor een bijdrage. Zoals al gezegd; het ministerie van verkeer en waterstaat stelt een substantieel deel als subsidie ter beschikking en er wordt een lening bij de ‘Boerenleenbank’ afgesloten.
Op 30 juni 1954 wordt – door de R.K. Kerkbesturen van Emmeloord, Ens en Marknesse - opdracht verleend aan de architecten: A. v.Kranendonk te ’s Gravenhage, P.H.A. Starmans te Utrecht en A. Vosman jr. te Deventer tot het maken van voorlopige ontwerpen voor de bouw van:
- een kerk en pastorie te Emmeloord;
- een kerk en pastorie te Ens;
- een kerk en pastorie te Marknesse;
- een kerk en pastorie te Rutten ofwel ‘Creyl’ (nader te bepalen);
- een kerk te Luttelgeest;
- een kerk te Bant.
30 april 1955 wordt door ‘de Landdrost van het openbare lichaam De Noordoostelijke Polder’ de bouwvergunning verleend.
Op 3 juni1955 volgt in Ens de aanbesteding.
Het kerkgebouw (450 zitplaatsen) te Ens wordt ontworpen door de architect: A. van Kranendonk uit Den Haag, ondersteund door P.H.A. Starmans te Utrecht, welke laatste tekent voor de constructieve aspecten.
De bouw van de kerk, wordt gegund aan aannemer Neyenhuis te Arnhem voor het bedrag van: f 388.700,-. Op maandag 13 juni 1955 begint men te bouwen!
De kerk in Ens kent een sobere vormgeving. Deze bouwstijl is een belangrijk kenmerk van de zogenaamde ‘Delftse School’. Het gebruik van de materialen beton, baksteen en hout verraadt ook kenmerken van de ‘Bossche School’. Deze stroming komt voort uit de Delftse School en stamt uit de periode van wederopbouw tussen 1946 en 1973. Deze stijl, welke sterk gebaseerd is op getalmatige verhoudingen, heeft in deze periode vooral zijn weerslag op de Katholieke kerkenbouw.
Met name de betonnen draag constructie van de hoog opgetrokken zijgevels van het middenschip verraden een ontwikkeling van een nieuwe stijl; de architecten zijn bezig iets nieuws te ontwikkelen en gebruiken daarvoor onder andere dit project.
Op zondag 23 oktober 1955 om 15:00 uur brengt mgr. Theodorus Huurdeman, vicaris generaal van het bisdom Utrecht, een gedenksteen aan in de muur van het priesterkoor. Tegelijkertijd wordt er een loden koker met een daarin gesloten oorkonde gemetseld.
De omlijsting van deze ‘eerste steen’ is gemetseld met 30 oude stenen van de oude kerk van Schokland.
De nederlandse vertaling van de – in het latijn opgestelde – tekst op de oorkonde luidt:
In de Naam van de Allerheiligste en Onverdeelde Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de H.Geest. Amen.
In het 1955ste Jaar van onze Verlossing, terwijl Paus Pius XII de zetel van de H.Petrus bezet, Koningin Juliana in vrede regeert over deze Nederlandse gewesten en Bernardus Joh. Alfrink als Apost. Administrator met wijsheid het Aartsbisdom Utrecht bestuurt, waarvan de Bisschopszetel door de Dood van Johannes Kardinaal de Jong vacant is, is er een begin gemaakt met de bouw van deze parochiekerk onder de titel en onder aanroeping van Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, tot meerdere eer van God en tot heil der zielen. Het werk werd opgedragen door Pastoor Franc.Alb. Gilsing en door de kerkmeesters Franc.Nicolaas van Terheyden en Petrus Jacobus v.d. Dries. Volgens een ontwerp van de Architect Antonius van Kranendonk heeft Joseph Neyenhuis het werk aangenomen. Deze eerste steen werd met plechtig ceremonieel gelegd door Mgr.Theod.Huurdeman, Vic.Generaal van het Aartsbisdom, in hetzelfde jaar op de 23ste van de maand october in tegenwoordigheid van Antonius Grimmelikhuizen past. te Vollenhove, Franc.Bernardus Koopmans Kraggenburg, Theodorus Morselt past. te Emmeloord, van de aannemers van dit werk en van een grote menigte gelovigen.
Moge ’t werk gezegend en voorspoedig verlopen.
Ter bevestiging van het bovengenoemde, hebben de getuigen van deze plechtigheid dezelfde dag dit stuk met hun namen ondertekend:
(ondertekend door 8 personen)
Van de toren is lange tijd, ook nog tijdens de bouw, niet zeker of deze wel gebouwd kan worden. Deze onzekerheid komt voort uit het feit, dat er misverstanden blijken te zijn over de exacte hoogte van de Rijkssubsidie. In de loop van het bouwproces komt het bevrijdende bericht en kan de toren alsnog worden opgetrokken. De toren staat naast de kerk en maakt er geen bouwkundig onderdeel van uit. Hierdoor lijkt deze toren veel op de ‘campaniles’ bij veel vroeg-christelijke kerken in het noorden van Italië. Ook hieruit blijkt weer de stijl volgens de leer van de ‘Bossche School’.
De bouw verloopt voorspoedig. Maar eind januari 1956 valt er een periode van vrieskou in, waardoor de bouw gedurende ca. 5 weken wordt stilgelegd ivm ‘vorstverlet’.
Fa. Th. Hogen & Zn. te Duivendrecht levert zowel de klokken, als ook het torenuurwerk met 4 cijferplaten (met een doorsnede van 150 cm) én het elektrisch automatisch ‘angelus apparaat’.
De toonhoogte van de klokken wordt afgestemd op de toonhoogte van de klok van de Ned. Hervormde Kerk.
De klokken worden gemaakt bij de klokkengieterij: N.V. Petit & Fritsen te Aarle-Rixtel. Ze worden zowel daar als ook na het hangen van de klokken in de toren gekeurd door de ‘Katholieke Klokken en Orgelraad’ te Huis ter Heide.
De grootste klok (280 kg) is in de toonhoogte C gemaakt en heeft als opschrift: “FRANCISCUS”; de kleinere (180 kg) is in D gemaakt en heeft het opschrift: “MARIA”
Half augustus 1956 is de aannemer klaar met de bouw, de laatste bouwbenodigdheden worden opgeruimd
Kunstatelier Paul Brand te Voorburg maakt en levert de lichtkronen voor het middenschip en de lichtmonturen voor de zijbeuken en het koor.
De banken voor de Kerk worden geleverd door Timmerfabriek J.Th. Neijenhuis te Beek. Het hoofdaltaar, zijaltaar, communiebanken en doopvont worden gemaakt door
G. Dekker’s Natuursteenindustrie N.V. te Hilversum. In zowel het hoofdaltaar als het zijaltaar worden relikwieën ingemetseld van de martelaren: H. Vincentius en H. Valentinus.
Inmiddels is er in het bisdom ook iets veranderd. De Noordoostpolder zal voortaan gaan behoren bij het nieuwe bisdom Groningen. Dit betekent dat op maandag 6 augustus 1956 mgr. P. Nierman, pas benoemd in het nieuwe bisdom, naar Ens komt om de kerk in te wijden.
Eén van de belangrijke inventaris stukken, het orgel, wordt als laatste in de Kerk gebouwd.
Fa. Valckx & van Kouteren te Rotterdam bouwt dit orgel in de winter van ‘56/’57.